De crisis op het gebied van koudemiddelen grijpt om zich heen – interview met Hermann Ensink.

De bescherming van het klimaat is vandaag de dag een van de belangrijkste en urgentste taken voor de internationale gemeenschap. De verlaging van de CO2-uitstoot is in dit verband het hoofddoel. De daaruit resulterende, steeds strengere wettelijke eisen plaatsen de TGA-branche echter voor moeilijke opgaven. 

Zo veroorzaakt de op in 1 januari 2018 van kracht geworden fase van de F-gassenverordening een echte crisis op het gebied van koudemiddelen. KAMPMANN HEUTE sprak met Hermann Ensink (hoofd Innovatie & Techniek bij Kampmann) over oorzaken, gevolgen en oplossingen.

Meneer Ensink, gelooft u in klimaatverandering?

Ja, daarvan ben ik overtuigd. Ik geloof dat klimaatverandering realiteit is en dat de mens daarvoor verantwoordelijk is. Subjectief heb ik het gevoel dat winters niet meer zo koud zijn en dat slechte weersomstandigheden toenemen. Maar ook de metingen tonen objectief aan dat de temperaturen stijgen.

Bij het zogenoemde 'Klimaatakkoord van Parijs' is de doelstelling overeengekomen dat de aardopwarming niet hoger mag zijn dan 2 graden Celsius – beter nog 1,5 graden Celsius. Maar serieuze studies laten zien dat deze doelstelling nu al nagenoeg onhaalbaar is. Wat is uw inschatting?

Dat kan ik niet zeggen, daarvoor is het onderwerp veel te complex. Wij moeten hier vertrouwen op gespecialiseerde wetenschappers. Principieel is er niets mis mee om van een iets negatiever scenario uit te gaan. Dat versnelt mogelijk de wereldwijde inspanningen die nodig zijn om de aardopwarming te beperken. Want alleen alarmerende cijfers zorgen voor beweging in de industrie en politiek. Vooral omdat je te vaak denkt dat de wereldpolitiek niet de noodzakelijke urgentie inziet en alleen maar van regeringsperiode tot regeringsperiode denkt. Tegelijkertijd stellen de maatregelen die nodig zijn om de CO2-uitstoot aanzienlijk te reduceren ons voor grote uitdagingen die niet op korte termijn op te lossen zijn.

Hermann Ensink - Director of Innovation & Engineering

Een goed trefwoord. Hoe gaat de TGA-branche om met alle wettelijke voorschriften in verband met klimaatbescherming?

Dat is op vele niveaus een uitdaging voor ons. De GEG, de Duitse energiewet, is nu om politieke redenen in de ijskast gezet, maar moet de Duitse energiespaarverordening EnEV, de energiespaarwet EnEG alsook de wet inzake hernieuwbare warmte EEWärmeG vervangen respectievelijk samenvatten. Dat houden wij natuurlijk in de gaten. Sinds enige tijd houden wij ons vanzelfsprekend ook bezig met de Europese Ecodesign-richtlijn. Volgens deze richtlijn moeten onze energieverbruiksrelevante apparaten, dus ook onze apparaten, simpelweg energiezuiniger worden. In de richtlijn en de afzonderlijke bijlagen staan concrete eisen voor de industrie. Deels staat daar met welke aanscherpingen we in de komende jaren rekening moeten houden. Daarop kun je je voorbereiden – nu al.

En hoe staat het ervoor met de F-gassenverordening?

Dat is een thema dat ons werkelijk een keer positief stemt. Bij de F-gassenverordening is één waarde van essentieel belang: het GWP, oftewel het Global Warming Potential. Een waarde van "1" komt overeen met het broeikaspotentieel van CO2. Het GWP wordt gebruikt om te definiëren hoe gevaarlijk koudemiddelen zijn. Ooit waren er koudemiddelen met een GWP van meer dan 10.000, maar die zijn allang verboden. De F-gassenverordening schrijft voor de komende jaren veel omvangrijke beperkingen en verboden voor.

Het Duitse vakblad cci Zeitung had kortgeleden de volgende kop in het kader van de op 1 januari 2018 van kracht wordende volgende fase van de F-gassenverordening: "Die LüKK stürzt in die Kältemittel-Krise [De verwarmings-, ventilatie- en koeltechnische branche komt in de koudemiddelcrisis]". Zo verrassend kan dat toch niet gekomen zijn. Heeft de branche zitten slapen?

Een beetje zeker. Tegelijkertijd is de kwestie nog veel complexer.

Kunt u dat uitleggen?

Laat ik beginnen met wat achtergrondinformatie. Het GWP-potentieel van synthetische koudemiddelen is nog altijd verbazingwekkend groot. Laten we eens kijken naar het zeer gangbare middel R410A: dat heeft een GWP-waarde van 2.000. Kleinere installaties met koudemiddelen bevatten al gauw 20 kg koudemiddel R410A. Als de installateur niet oplet of er op andere wijze een lek ontstaat, dan is de milieuschade net zo groot als van 20 eengezinswoningen die een jaar lang met fossiele brandstoffen worden verwarmd. Vanzelfsprekend wil de wetgever hier ingrijpen om het milieu te ontzien. En zo worden met de F-gassenverordening afzonderlijke stoffen simpelweg verboden, terwijl anderzijds de beschikbare hoeveelheden extreem worden gereglementeerd. De ingreep die op 1 januari effectief werd, reduceert de vastgestelde hoeveelheid koudemiddelen van 93 tot 63 procent.

"Een koudetechnische installatie die met CO2 werkt, werkt met een druk van 120 bar – zoiets heb ik natuurlijk niet graag bij mij in de buurt!"

En daarop was de branche niet voorbereid.

Niet echt is mijn indruk. Het ontbreekt ook aan goede alternatieve koudemiddelen. Voor een aantal toepassingen wordt ondertussen CO2 als koudemiddel ingezet. Daarmee bereik je een GWP-waarde van 1 – dat helpt. Maar een dergelijke koudetechnische installatie met CO2 werkt met een druk van 120 bar! Zoiets heb ik natuurlijk niet graag bij mij in de buurt. Het is immers een kwestie van tijd voordat er iets gebeurt, dat wil zeggen: ontploft.

U zei dat de F-gassenverordening u positief stemt. In hoeverre?

Wij hebben twee mogelijke oplossingen om aan de strenge eisen te kunnen voldoen. En dat niet pas sinds gisteren, maar allang. Zo kunnen wij onze klanten volwassen producten en concepten aanbieden, die efficiënt en beheersbaar zijn.

En welk zijn dat?

Wij zeggen niet principieel 'nee' tegen koudemiddelen. Wij willen deze echter alleen in zeer kleine, in het ideale geval af fabriek gesloten circuits toepassen. Daarom zeggen wij: Koudemiddelen voor koudeopwekking: ja, maar in een klein circuit waarbij de koudeopwekker bijvoorbeeld op het dak staat. De verdeling van de koude in het gebouw gebeurt dan op waterbasis. Hiervoor is maar een paar kilo koudemiddel nodig in een klein, overzienbaar circuit. Heel anders dan bij VRV-installaties, waar het koudemiddel in de leidingen door het gehele gebouw lopen. Niet alleen is dit gevaarlijker, maar er is ook veel meer koudemiddel nodig. De gevaren van lekkages is aanzienlijk groter.

En de tweede oplossing?

Dat is natuurlijk ons Ka2O-systeem, waarbij we in RLT-installaties volledig zonder synthetisch koudemiddel uitsluitend met water regeneratief koelen. Principieel groeit de afzetmarkt van apparaten met indirecte verdampingskoeling ook. Alleen zijn de apparaten van andere fabrikanten niet zo krachtig als ons Ka2O-systeem – anders gezegd: die kunnen de temperatuur niet zo sterk verlagen. Het Ka2O-systeem kan de buitenluchttemperatuur, vanzelfsprekend afhankelijk van de luchtvochtigheid, met maximaal 20 K verlagen. Dat is voldoende voor de meeste toepassingen. Alleen in heel extreme weersomstandigheden, als het zwoel-warm is, kan het soms moeilijk worden. Maar hoe vaak per jaar hebben we dat weer? En toch schrikt dit argument sommigen af. In vergelijking met de koudemiddelproblematiek in het kader van de F-gassenverordening is dat eigenlijk veruit het kleinste probleem.

De F-gassenverordening zorgt ervoor dat koudemiddelen extreem schaars en duur worden. Waar komt dat door?

Dat is blijkbaar in deze omvang niet voorzien, en over de redenen kunnen we alleen maar speculeren. De F-gassenverordening zegt dat alle koudemiddelen met een GWP van meer dan 2.500 vanaf 2020 verboden worden. Dat betekent niet dat ze niet meer gebruikt mogen worden. Het koudemiddel mag echter niet langer geproduceerd worden. Gerecycled, opgewerkt materiaal mag nog een tijdje worden gebruikt. In 2022 komt de volgende fase met nog meer drastische beperkingen. Dan worden koudemiddelen verboden die nu nog absoluut gangbaar zijn. Maar nu al is er sprake van een grote koudemiddelschaarste.

"De prijzen lopen nu al volledig uit de hand."

Hebt u een vermoeden?

De crisis zorgt voor een zeldzaam neveneffect: niet alleen de koudemiddelen worden schaars, maar ook de gasflessen waarin ze worden opgeslagen. Experts gaan ervan uit dat koudemiddelen op grote schaal worden 'gehamsterd'. Dat is een hele goede verklaring voor de actuele situatie. Anders gezegd: de F-gassenverordening reduceert van rechtswege de op de markt beschikbare koudemiddelen – sinds januari opnieuw drastisch. En wie hamstert, veroorzaakt een nog grotere schaarste. Het koudemiddel R410A is bijvoorbeeld vier keer zo duur als in 2016. De prijs van andere middelen is in een aantal gevallen al tien keer zo hoog. De prijsstructuur loopt volledig uit de hand.

Hoe gaat het verder? Wat brengt het jaar 2018?

Op het gebied van koudemiddelen blijft de situatie moeilijk. De situatie die nu al extreem is, zal door de nieuwe fase van de F-gassenverordening nog verder verslechteren. De beschikbaarheid en de prijssituatie zullen waarschijnlijk nog verder escaleren. Als reactie is op de markt al enige tijd te zien dat grote fabrikanten van klimaatinstallaties op koudemiddelbasis meer en meer ondernemingen overnemen die inzetten op systemen op waterbasis. Daar vinden overnames plaats, waarbij de zeer hoge koopprijs doet vermoeden dat het puur strategische overnames zijn.

Maar wat betekent dat voor de gebruiker?

Een paar jaar geleden heeft een zeer grote discounter zijn klimatiseringsconcept gewijzigd. Jammer genoeg in een systeem op koudemiddelbasis – zij hebben afgelopen jaar nog nieuwe vestigingen met koudemiddelinstallaties gebouwd! De systeemfabrikant heeft de handelsketen toegezegd om voor 2018 een vervangend koudemiddel te vinden. Maar tot nu toe – niets. Als daar nu door een beschadiging koudemiddel ontsnapt, wordt het duur! Zelfs koudemiddelproducenten adviseren over te stappen op secundaire, dat wil zeggen op water gebaseerde systemen. Dus precies dat wat wij al jarenlang benadrukken.

Hoe zijn volgens u de kansen dat in de toekomst in de klimatisering helemaal geen koudemiddelen meer worden ingezet?

Moeilijk. De meeste systemen zullen een of ander koudemiddel nodig blijven hebben. Maar dan moet de behoefte aan koudemiddel zo laag mogelijk worden gehouden.

"Het is veel efficiënter om koude met water te transporteren dan met lucht."

Ziet u nog meer gebieden waar op energie en dus CO2 bespaard kan worden?

Een groot besparingspotentieel zie ik in het op de behoefte afgestemd verwarmen, koelen en vooral ventileren. Gewoon een voorbeeld: Laten we eens een normale supermarkt nemen en bekijken welke ruimte ik nodig heb voor de luchtkanalen als ik de lucht met een centraal apparaat koel of verwarm en dan in de supermarkt transporteer. Een verwarmingsbuis heeft slechts 0,2 procent nodig van de plaats van een luchtkanaal om hetzelfde vermogen te transporteren. De energie die nodig is om water te verpompen met een circulatiepomp bedraagt slechts ongeveer 2 procent van de energie die nodig is om lucht te verplaatsen. Het is dus veel efficiënter om koude met water te transporteren dan met lucht. En laten we nu eens een ander systeem bekijken. Hier wordt de lucht van een centraal ventilatiesysteem met een goed warmteterugwinningssysteem alleen getransporteerd als daadwerkelijk verse lucht nodig is. Het koelen of verwarmen gebeurt afhankelijk van de behoefte en op waterbasis in de decentrale ruimteapparaten. Ons HYBRID ECO System werkt exact hetzelfde: centraal ventileren, decentraal verwarmen en koelen. Zo wordt aardig wat ruimte en energie bespaard. Als alternatief kun je ook nog inzetten op verdampingskoeling, dus Ka2O. Zo ben je volledig koudemiddelvrij.

Wat de werktuigmachinefabrikant DMG MORI AG (voorheen Gildemeister) in Bielefeld, Duitsland, inderdaad in grote omvang doet …

Ja, dat is natuurlijk verheugend. Wij hebben daar al jaren geleden ventilatieapparaten met KLIMANAUT-technologie geleverd. En 2016 nog een paar apparaten met Ka2O-technologie. In totaal staan daar nu 13 ventilatieapparaten met regeneratieve, indirecte verdampingskoeling op de daken. DMG MORI is een zeer energiebewuste onderneming. Samen met het ingenieursbureau Ottensmeier Ingenieure in Paderborn, Duitsland, hebben wij dat concept aanbevolen. Dat DMG MORI al lang en telkens weer inzet op deze techniek, bewijst dat ze functioneert – ook in het groot. Een totaal luchtvolume van 260.000 m³/h hebben wij in Bielefeld geleverd.

Naast het klimaatplan zijn er nog gigantisch veel wetten en normen op het gebied van energiebesparing die in acht genomen moeten worden. Verlies je dan niet het overzicht? U bent zelf immers actief in normcommissies – wat kunt u hierover zeggen?

Dat klopt – je verliest het overzicht. Zoals gezegd: De GEG moet voor vereenvoudiging zorgen. Maar met name op het gebied van de normen, ik geef het toe, is het onoverzichtelijk geworden. Het een en ander zou eenvoudiger kunnen en er zouden concrete oplossingen voorgeschreven kunnen worden. De normen moeten echter geen rem op de innovatie zetten. Een goed opgestelde norm geeft aan wat het resultaat moet zijn en biedt ruimte aan nieuwe ideeën.

Photo credits: Illustration of HVAC units @ vchal - iStockphoto