Wat is het en met welke factoren moet rekening gehouden worden? 

"Ik voel me goed in deze ruimte." Een groter compliment kunnen de planners van de technische uitrusting van gebouwen zich niet wensen. Er zijn immers veel factoren waarmee rekening gehouden moet worden om (thermische) behaaglijkheid te creëren. Leder mens heeft een ander individueel gevoel en ook de opvattingen over welzijn of behaaglijkheid lopen zeker enigszins uiteen. Niettemin kan behaaglijkheid in technische zin gemeten en geregeld worden, met als doel een ruimtetoestand te scheppen waarin de meeste mensen zich bijzonder prettig voelen. 

Wat is behaaglijkheid? 

Er is sprake van behaaglijkheid wanneer de toestand van het ruimteklimaat en de kwaliteit van de binnenlucht zo geschikt is dat een persoon zich in deze kamer goed voelt. Dat geldt zowel voor de zomer als voor de winter. Overeenkomstig de Europese norm EN ISO 7730 worden aanvullende comfortcriteria gedefinieerd. Deze criteria liggen aan de basis van een gedetailleerde optimalisatie van de luchtuitstroom en de stromingen in de ruimte om thermische behaaglijkheid te bereiken. De belangrijkste beïnvloedende variabelen zijn de binnenluchttemperatuur, de intensiteit van de warmtestraling, de luchtbeweging of luchtsnelheid in de ruimte en de temperatuurstratificatie in de ruimte, d.w.z. het temperatuurverschil tussen vloer en schouderhoogte. 

De akoestiek in de ruimte en de luchtvochtigheid zijn eveneens doorslaggevende criteria voor behaaglijkheid, ook al zijn zij in de norm niet gedefinieerd als ontwerpcriteria voor thermische behaaglijkheid.

Onderstaand worden de begrippen nader toegelicht.

Thermische behaaglijkheid

Binnenluchttemperatuur 

Behaaglijkheid en haar parameters

Deze heeft de grootste invloed op de mate waarin iemand zich prettig voelt in een ruimte of niet. De temperatuur die men als behaaglijk  ervaart, hangt sterk af van subjectieve criteria zoals kleding, activiteit, leeftijd en geslacht. In de winter moet de binnenluchttemperatuur tussen 20 en 23 °C liggen; in de zomer dragen de mensen lichtere kleding, zodat ook temperaturen tot 26 °C nog aangenaam zijn.

Asymmetrische straling

Muren en ramen omringen de ruimte en stralen warmte uit, afhankelijk van de temperatuur en de invallende zonnestralen. Wanneer een persoon zich in de ruimte bevindt, is hij of zij in stralingsuitwisseling  met deze oppervlakken. Bovendien geven hete oppervlakken ook plaatselijk onaangename warmtestraling af. Sterke directe straling die alleen afzonderlijke delen van het lichaam treft, wordt over het algemeen als hinderlijk ervaren.

Relatieve luchtvochtigheid 

De relatieve luchtvochtigheid in ruimtes moet tussen 40 en 55% liggen. Dit is geen directe eis van DIN EN ISO 7730, maar wordt door medische deskundigen aanbevolen. Voldoende  luchtvochtigheid in de ruimte voorkomt uitdroging van de slijmvliezen en versterkt zo het immuunsysteem. Mensen vinden een te hoge luchtvochtigheid echter onaangenaam omdat de lichaamseigen temperatuurregeling wordt beperkt.

Luchtverplaatsing in de ruimte 

Tocht is ook niet gewenst omdat het menselijk lichaam daardoor meer warmte afgeeft door convectie en verdamping. Een intelligente luchtgeleiding is daarom onontbeerlijk voor een behaaglijk binnenklimaat. De luchtsnelheid mag niet hoger zijn dan 0,3 m/s.

Binnenluchtkwaliteit 

Invloedfactoren op de thermische behaaglijkheid

De binnenlucht moet zuurstofrijk en geurloos zijnen zo weinig mogelijk schadelijke stoffen bevatten. Als grenswaarde om de binnenluchtkwaliteit te beoordelen dient de Pettenkofer-waarde. De CO2-concentratie in de binnenlucht mag niet hoger zijn dan 0,1%. Als de algemene omstandigheden zorgen voor goede binnenlucht, is dat bevorderlijk voor de gezondheid en de prestaties.

Akoestiek

Akoestiek is ook een onderdeel van behaaglijkheid. Het heeft geen zin dat de ruimte een aangename temperatuur heeft, als de klimaattechniek met zijn werkingsgeluiden lawaaioverlast voortbrengt.Vooral wanneer men rust en stilte wenst, mogen klimaatregelingsapparaten geen onaangename geluiden maken. De ervaring heeft geleerd dat een zacht geruis aanvaard wordt, maar dat steeds terugkerende geluiden als hinderlijk ervaren worden.

Behaaglijkheid meten en regelen in het Kampmann Research & Development Center

Voor Kampmann maakt het onderwerp comfort deel uit van het dagelijkse werk. We kennen het belang van individueel advies en aanpassing van de klimaattechniek. Elke sector en elk toepassingsgebied vereist immers een andere oplossing. Comfort bereiken is complex, maar zoals reeds gezegd, is het meetbaar en dus regelbaar.

Dr. Oliver Höfert 

Dr. Oliver Höfert, hoofd berekeningen en simulatie bij Kampmann, weet dat maar al te goed. In het eigen onderzoeks- en ontwikkelingscentrum (FEC, Forschung & Entwicklung Center) van de onderneming test hij producten en hele systemen van Kampmann op hun comfort en zorgt hij er met zijn resultaten voor dat mensen zich prettig voelen in een kamer. 

Dankzij het laboratorium kunnen de kenmerken van de kamers van de klant individueel nagebootst worden. Zo kunnen bijvoorbeeld de wanden, de vloer en het plafond in het luchtstromingslaboratorium onafhankelijk van elkaar verwarmd of gekoeld worden. Op die manier kunnen echte klimaatomstandigheden nagebootst en geschikte airconditionings en ventilatietechnologie ontworpen worden. Sensoren meten de luchtsnelheid en de ruimtetemperatuur. Dit resulteert in het tochtpercentage, een van de afgeleide kengetallen voor een eenvoudige beoordeling van het comfort. Ook speciale situaties kunnen in het laboratorium gesimuleerd worden, zodat men de doeltreffendheid van de apparaten hierop kan afstemmen.